Deze maand vinden we de frater
in de oude doos. Deze foto's zijn geschoten
in het begin van de 50er jaren door een vogelfotograaf met zeer veel geduld en liefde
voor het vak. In een tijd dat nestfotografie
nog geen taboe was en natuurgebieden of reservaten simpelweg onbeheerde land-
schappen waren.
Fotograaf Cees Scholtz
Aan het einde van de 50er jaren begin 60er werd er bij ons in Zaandam heel wat
nieuwe huizen gebouwd. Dit gebeurde veelal op gebieden die voorheen gewoon
weilanden of moerassen waren. Ik had daar toen al moeite mee. Groen kan je niet
zomaar vol bouwen onder het mom, iedereen moet een huis hebben om in te wonen.

Maargoed, in die tijd ging ik zo nu en dan eens kijken bij de opgespoten landjes,
waar al snel een behoorlijke wildgroei ontstond. Op een koude winterdag zag ik
deze Fratertjes in een flits voorbij vliegen. Eerst dacht ik dat het kneuen waren,
maar iets in hun zang bracht me aan het twijfelen. Het was anders… trager.

Ik pakte m'n kijker en zag, Fraters? Wat doen die nou hier was het eerste dat ik
dacht. Ik had ze wel eens eerder gezien, maar dat was in Schotland (hun broed-
gebied). Ik besloot ze bij te voeren met wat vogelzaad.

En op een mooie maar extreem koude winterdag kreeg ik ze voor mijn lens.
Ik wist er maar een paar plaatjes van ze te schieten, maar was ondanks dit erg
tevreden. Zo plotseling als ze waren verschenen, verdwenen ze ook weer. Ik heb
ze daarna nooit meer in de omgeving van de Zaanstreek gezien.
Deze vinkachtige vogel die veel vergelijkkennis
vertoont met de Kneu wordt alleen in de winter-
maanden aangetroffen in Nederland. Ze vertoeven
dan in groepen in de duinen. De rest van het jaar
vertoeven zij in Noorwegen en het noorden van
Schotland.
Het mannetje heeft een roze stuit en een geel gestreepte borstpartij. Zijn snavel is
fel geel. In de wintermaanden zijn deze kleuren fletser. Vrouwtje Frater vertoond
veel vergelijkkennis met het vrouwtje van de Kneu.